Logo

Hoe zit het met natuur op een zonnepark?

Verschillende duurzaamheidsdoelen kunnen elkaar raken. Zonneparken zijn goed voor de energietransitie, maar zijn zij ook goed voor de natuur? Voor natuur liggen er volop kansen op zonneparken en zeker in intensief agrarisch gebied zou een zonnepark kunnen bijdragen aan de verhoging van de biodiversiteit. Dat kan al met vrij simpele ontwerpprincipes. Hoe? Dat lees je hieronder.

Sommige menen denken dat het een dooie boel is bij een zonnepark en dat er niks meer groeit onder de zonnepanelen. Niets is minder waar, blijkt ook uit onderzoek. Onder de juiste voorwaarden bieden zonneparken juist kansen voor de natuur. Vogels vinden er voedsel, zoogdieren vinden schuilmogelijkheden en er vliegen verschillende insecten. Naturalis Biodiversity Center zegt hierover dat ‘goed ingerichte zonneparken naast een bron van duurzame energie ook een veilige haven is voor biodiversiteit’. Zonneparken bieden een mix van zon en schaduw, zijn vrij van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en de paden worden nauwelijks bewandeld door mensen. Dit geeft de planten en insecten vrij spel.

Ook alle keuzes die ontwikkelaars maken in hun ontwerp hebben invloed op de natuur. Cruciale voorwaarden zijn dat er voldoende licht, lucht en water bij de bodem kan komen. Deze voorwaarden voeren wij standaard door in het technisch ontwerp van onze zonneparken. Wij hanteren bij onze zonneparken bijvoorbeeld altijd een zogeheten zuid opstelling, waarbij er altijd een paar meter vrij is tussen elke rij met zonnepanelen. Ook worden de zonnepanelen niet strak tegen elkaar geplaatst, maar altijd met een paar centimeter ertussen én niet te dicht op de grond. Laatstgenoemde is niet alleen handig voor de schapen om onder de panelen door te kunnen grazen, maar wordt vooral gedaan om ervoor te zorgen dat de bodem niet dichtslaat.

Momenteel worden de basisvoorwaarden voor natuurinclusieve zonneparken onderzocht door onafhankelijke onderzoekers binnen het EcoCertified Solarparks project. Ook TPSolar heeft twee zonneparken opengesteld voor dit onderzoek.

Maar niet alleen het technisch ontwerp is belangrijk, ook het landschappelijk ontwerp is belangrijk. Wij laten ons hierbij altijd adviseren door een externe landschapsarchitect en een ecoloog. Als bijvoorbeeld blijkt dat er bepaalde zoogdieren of vogels in het gebied voorkomen, is het goed om het ontwerp van het zonnepark daarop in te richten. Ons Zonnepark Zuidvelde in Drenthe is bijvoorbeeld speciaal ontworpen voor de akkervogels in het gebied.

Wij kijken altijd samen met de gemeente, (natuur)organisaties, de omgeving, een ecoloog en een landschapsarchitect naar belangrijke lokale landschapselementen. Zo moet de gekozen beplanting passen bij het gebied. Daarnaast kan de gekozen landschappelijke inpassing ook voor een herstel van waardevolle landschapselementen zorgen. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat er in het verleden bomen gekapt zijn, die in het landschappelijk plan van het zonnepark weer terug kunnen komen.

Daarnaast is het ook belangrijk om te kijken naar de landschapskenmerken van de omgeving. Zitten we in een open landschap? Dan zullen er geen hoge rijen bomen of hele hoge panelen komen. Is het juist een bosrijke omgeving? Dan kijken we juist met de landschapsarchitect en ecoloog naar hoe wij dat met het ontwerp kunnen versterken.

Het resultaat is dat er bij een zonnepark vaak kilometers aan nieuwe hagen en bomen worden ingericht, dat er wordt gekozen om hectares aan bloem- en kruidenrijk grasland in te zaaien en bijvoorbeeld poelen en ecologische zones worden ingericht. Deze ontnemen niet alleen het zicht op het zonnepark, maar bieden vooral ook kansen voor de natuur.

Alles valt of staat ook met een goed beheer. Het zijn forse landschappelijke inrichtingsplannen. Om dit in goede banen te leiden duurt vaak jaren en daar moet een goed plan achter liggen. De nieuwe hagen hebben tijd nodig om te groeien en moeten ook een droge zomer of een natte winter kunnen doorstaan.

Samen met lokale partners proberen wij dit daarom langdurig te regelen voor al onze zonneparken. Bij de meesten werken wij, naast lokale hoveniersbedrijven, voor het beheer ook samen met een lokale schaapherder en schaapskudde. De schapen werken dan als de ‘natuurlijke grasmaaiers’ op het zonnepark. Twee á drie keer per jaar grazen de schapen op afgerasterde delen binnen het zonnepark. Dit noemt men ook wel periodieke schapenbeweiding of drukbegrazing. Het doel hiervan is dat de flora en fauna in het gebied een kans krijgt om zich verder te ontwikkelen. Benieuwd hoe dat werkt? Bekijk dan onze video.

Er worden geen zonneparken op natuurgronden ontwikkeld. Dit is vastgelegd in de ‘Gedragscode Zon op Land’. In deze gedragscode zijn regels opgenomen waar ontwikkelaars zich aan moeten houden. Provincies en gemeenten wijzen ook geen natuurgronden aan als locatie waar zonneparken vergund kunnen worden.

Het kan dat een groen grasveld gekozen wordt als plek om een zonnepark te ontwikkelen. Dat het groen is, betekent echter niet dat het natuur is. Intensief gebruikte agrarische percelen hebben een lage ecologische waarde, door zware bemesting en een monocultuur van gewassen. De hoeveelheid soorten (biodiversiteit) is hier dus laag, mede door de grote hoeveelheid stikstof in de grond. Als er veel stikstof in de grond aanwezig is, concurreren bepaalde planten (zoals Engels raaigras of brandnetel) alle andere soorten eruit. Hier komt een een zonnepark én een goed ecologisch beheer van dat zonnepark goed van pas. Een zonnepark zelf stoot geen stikstof uit en ook bij de bouw vindt er minder stikstofemissie plaats dan bij reguliere agrarische activiteiten op dezelfde gronden. Daarnaast kan met een goed ecologisch beheer stikstof uit de grond gehaald worden. Hierdoor krijgen andere planten ook de kans om te groeien. Dat noemen we het verschralen van de bodem, iets wat met schapenbegrazing of maaien en afvoeren heel goed geregeld kan worden.

Met de komst van een zonnepark krijgt de bodem 25 jaar lang ‘rust’: er wordt niet meer geploegd en er wordt geen gebruik gemaakt van pesticides of kunstmest. Los van landschappelijk of technisch onderhoud, is er weinig (menselijke) activiteit op een zonnepark Daarnaast komen er dankzij het inzaaien en aanplanten van (inheems) bloem- en kruidenrijk grasland, hagen, paddenpoelen etc., meer soorten op het perceel met de komst van het zonnepark. Hiermee kan een aantrekkelijk habitat gecreëerd worden voor insecten, vogels en andere fauna. Zo gaat de biodiversiteit op zonneparken omhoog ten opzichte van het oorspronkelijke gebruik.

Een zonnepark wordt niet alleen gebruikt voor de productie van duurzame energie, maar ook voor het in stand houden en verbeteren van de biodiversiteit (natuurstimulans).